MecaVINby MecaLIFE Group

Tractiecontrole

Sécurité

Gemiddelde prijs

Inclus

Tractiecontrole, ook bekend onder de acroniemen ASR (uit het Duits: Antriebsschlupfregelung) of TCS (uit het Engels: Traction Control System), is een elektronisch actief veiligheidssysteem dat is ontworpen om te voorkomen dat de aangedreven wielen van een voertuig gaan doorslaan tijdens het accelereren. Met behulp van de ABS-wielsnelheidssensoren detecteert het systeem wanneer een of meer aangedreven wielen sneller draaien dan de niet-aangedreven wielen, wat een teken is van verlies van grip. Om dit te corrigeren, grijpt de tractiecontrole op twee hoofdmanieren in: door het motorkoppel dat naar de wielen wordt overgebracht te verminderen (door in te grijpen op de brandstofinjectie of de ontsteking), of door een lichte remdruk uit te oefenen op het doorslaande wiel. Deze actie zorgt ervoor dat het koppel wordt overgedragen naar het wiel met de meeste grip en dat een optimale tractie wordt hersteld. Geïntegreerd in het elektronische stabiliteitsprogramma (ESP), is tractiecontrole met name cruciaal op gladde oppervlakken zoals regen, sneeuw of ijs, maar het verbetert ook de stabiliteit en veiligheid bij krachtig accelereren op een droge wegdek, bij het uitkomen van bochten of bij het wegrijden op een helling.

Voordelen

  • Verbeterde tractie en wegrijden op gladde oppervlakken (regen, sneeuw, ijs).
  • Grotere stabiliteit en controle over het voertuig tijdens het accelereren.
  • Vermindering van voortijdige bandenslijtage door overmatig doorslaan te voorkomen.
  • Versterkte actieve veiligheid, met name in omstandigheden met weinig grip.

Meer weten

Wat is tractiecontrole (ASR/TCS)?

Tractiecontrole, bekend onder verschillende benamingen zoals ASR (Antriebsschlupfregelung) of TCS (Traction Control System), is een fundamenteel elektronisch systeem voor de actieve veiligheid van moderne voertuigen. Zijn hoofdtaak is eenvoudig maar cruciaal: voorkomen dat de aandrijfwielen grip verliezen en gaan doorslippen tijdens het accelereren. Of het nu gaat bij het wegrijden, het uitkomen van een bocht of op een glad wegdek, dit systeem zorgt ervoor dat het motorvermogen efficiënt op de grond wordt overgebracht, waardoor de controle en stabiliteit van het voertuig behouden blijven.

Gedetailleerde werking van het tractiecontrolesysteem

Om zijn taak uit te voeren, maakt tractiecontrole gebruik van de wielsnelheidssensoren, dezelfde als die worden gebruikt door het ABS-systeem (antiblokkeersysteem). De elektronische regeleenheid van het voertuig bewaakt voortdurend de snelheid van elk wiel. Als deze detecteert dat een aandrijfwiel aanzienlijk sneller begint te draaien dan de andere, interpreteert hij dit als het begin van doorslippen. Zodra een verlies van tractie wordt gedetecteerd, kan het systeem op twee manieren ingrijpen, die vaak worden gecombineerd:

Ingreep op de motor:

De regeleenheid kan het motorkoppel direct verlagen. Hiervoor kan hij ingrijpen op de gasklep, de ingespoten hoeveelheid brandstof verminderen of het ontstekingstijdstip wijzigen. Deze vermogensreductie zorgt ervoor dat het wiel zijn grip terugkrijgt.

Ingreep op de remmen:

Via de hydraulische module van het ABS kan het systeem een gerichte en korte remdruk uitoefenen op het doorslippende wiel. Dit remeffect heeft tot gevolg dat het wiel wordt vertraagd en, bij een conventioneel differentieel, een deel van het motorkoppel wordt overgedragen naar het andere aandrijfwiel, dat meer grip heeft.

Een onmisbare schakel in de algehele actieve veiligheid

Tractiecontrole is geen geïsoleerd systeem. Het maakt integraal deel uit van een breder geheel van veiligheidsvoorzieningen. Het is intrinsiek verbonden met het ABS, waarmee het cruciale componenten deelt. Belangrijker nog, het is een subfunctie van het elektronische stabiliteitsprogramma, beter bekend als ESP (Electronic Stability Program) of ESC (Electronic Stability Control). Terwijl de tractiecontrole de longitudinale stabiliteit beheert (bij acceleratie), beheert het ESP de laterale stabiliteit door trajecten te corrigeren (onderstuur en overstuur). De gecombineerde werking van ABS, ASR en ESP biedt een zeer hoog niveau van actieve veiligheid, dat in staat is om tal van delicate rijsituaties te corrigeren.

Wanneer moet je de tractiecontrole uitschakelen?

De meeste uitgeruste voertuigen hebben een knop waarmee de tractiecontrole (en vaak een deel van het ESP) kan worden uitgeschakeld. Hoewel activering in 99% van de gevallen wordt aanbevolen, zijn er zeldzame situaties waarin uitschakeling nuttig kan zijn. Dit is met name het geval als u vastzit in diepe sneeuw, modder of zand. Onder deze omstandigheden kan een lichte wielspin helpen om zich 'in te graven' om een hechtere ondergrond te vinden en los te komen. Ook het gebruik van sneeuwkettingen kan soms vereisen dat het wordt uitgeschakeld. Het is echter absoluut noodzakelijk om het systeem weer in te schakelen zodra de rijomstandigheden weer normaal worden om opnieuw te profiteren van maximale bescherming.

Samengevat: een onmisbare standaarduitrusting

Tegenwoordig is tractiecontrole standaarduitrusting op vrijwel alle nieuwe auto's die in Europa worden verkocht, omdat het is opgenomen in het verplichte ESP. Het speelt een stille maar permanente rol in de veiligheid van uw rijgedrag door de tractie te verbeteren, het voertuig te stabiliseren tijdens acceleratie en verlies van controle op een glad wegdek te voorkomen. Het is een volwassen en beproefde technologie die er elke dag toe bijdraagt dat de wegen veiliger worden.

Geassocieerde uitrusting

ESP

ESP, of Electronic Stability Program (elektronisch stabiliteitsprogramma), is een essentieel actief veiligheidssysteem in moderne voertuigen, ook bekend als elektronische stabiliteitscontrole. De belangrijkste rol is het voertuig op de door de bestuurder gewenste koers te houden door verlies van grip en slippen te voorkomen. Hiervoor gebruikt het ESP een reeks sensoren (wielsnelheid, stuurhoek, dwarsversnelling, gierhoek) die continu de consistentie analyseren tussen de door de bestuurder gewenste richting en het daadwerkelijke gedrag van de auto. Als er een afwijking wordt gedetecteerd die wijst op beginnde onderstuur (de voorzijde slipt) of overstuur (de achterzijde slipt), grijpt het systeem binnen een fractie van een seconde in. Het remt onafhankelijk één of meerdere wielen af ​​en kan ook het motorvermogen verminderen om het voertuig weer op het juiste spoor te krijgen. ESP is verplicht op alle nieuwe voertuigen die sinds 2014 in Europa worden verkocht en is een elektronische beschermengel die de veiligheid aanzienlijk vergroot bij nooduitwijkmanoeuvres, in scherpe bochten of op een glad wegdek (regen, sneeuw, ijs). Het werkt in synergie met andere hulpsystemen zoals ABS en ASR (antislipregeling).

Tractiecontrole

Tractiecontrole, ook bekend onder de afkortingen TCS (Traction Control System) of ASR (Anti-Slip Regulation), is een elektronisch actief veiligheidssysteem dat is ontworpen om te voorkomen dat de aangedreven wielen van een voertuig hun grip verliezen tijdens het accelereren. Door voortdurend de rotatiesnelheid van elk wiel te bewaken met behulp van de ABS-sensoren, detecteert het systeem wanneer een of meer wielen beginnen te slippen, dat wil zeggen sneller draaien dan de werkelijke snelheid van het voertuig. Zodra slip wordt gedetecteerd, grijpt de computer van het systeem binnen enkele milliseconden in om de grip te herstellen. Hiervoor kan het op twee manieren handelen, die vaak worden gecombineerd: ofwel door het motorkoppel dat naar de wielen wordt overgebracht te verminderen (door in te grijpen op de brandstofinjectie of de ontsteking), ofwel door een lichte remdruk uit te oefenen op het slipende wiel of de slipende wielen. Dit proces zorgt ervoor dat het koppel wordt overgedragen naar het wiel met de meeste grip en garandeert een optimale tractie. Nauw verbonden met het ESP (stabiliteitscontrole) is tractiecontrole tegenwoordig een onmisbare standaarduitrusting die de veiligheid en stabiliteit van het voertuig aanzienlijk verbetert, met name op glad wegdek zoals regen, sneeuw of ijs.

Hill-start assist

Hill-start assist, ook bekend als 'Hill Start Assist' of 'Hill Holder', is een actief veiligheidssysteem dat is ontworpen om het wegrijden op hellende wegen te vergemakkelijken. De hoofdtaak is te voorkomen dat het voertuig onbedoeld achteruitrijdt wanneer de bestuurder het rempedaal verwisselt voor het gaspedaal. Het systeem treedt automatisch in werking wanneer het voertuig stilstaat op een helling met draaiende motor. Met behulp van de sensoren van het ESP-systeem (elektronische stabiliteitscontrole) detecteert het de helling en houdt het de remdruk enkele seconden vast nadat de bestuurder het rempedaal heeft losgelaten. Deze korte tijdsperiode (meestal 2 tot 3 seconden) is voldoende om soepel in te schakelen en op te trekken, zonder stress en zonder voortijdige slijtage van de koppeling of het gebruik van de handrem. Oorspronkelijk zeer gewaardeerd op voertuigen met handgeschakelde versnellingsbak, is deze voorziening tegenwoordig gebruikelijk op de meeste nieuwe auto's, inclusief auto's met een automaat, waar het zorgt voor extra comfort en veiligheid door elk risico op achteruitrijden, hoe minimaal ook, weg te nemen.

ASR

ASR, of Anti-Slip Regulation (antislipregeling), is een essentieel actief veiligheidssysteem in moderne voertuigen. Het is ontworpen om te voorkomen dat de aangedreven wielen gaan slippen tijdens het accelereren en garandeert een optimale tractie, ongeacht de grip van het wegdek. ASR is nauw verbonden met ABS (antiblokkeersysteem) en ESP (elektronisch stabiliteitsprogramma) en gebruikt dezelfde wielsnelheidssensoren om te functioneren. Wanneer het systeem detecteert dat een of meer aangedreven wielen sneller draaien dan de niet-aangedreven wielen, wat duidt op verlies van grip, grijpt het onmiddellijk in. Dit ingrijpen kan op twee manieren gebeuren, die vaak worden gecombineerd: door een lichte remdruk uit te oefenen op het slipende wiel om het koppel over te brengen naar het wiel met meer grip, en/of door het motorvermogen te verminderen via de regeleenheid. Deze snelle en nauwkeurige ingreep stelt de bestuurder in staat om de controle over het voertuig te behouden bij het wegrijden op een glad ondergrond (regen, sneeuw, ijs) of bij krachtig accelereren bij het uitkomen van een bocht. ASR is tegenwoordig standaarduitrusting op bijna alle nieuwe auto's en levert een significante bijdrage aan het voorkomen van ongelukken.

ABS

ABS, een acroniem voor het Duitse 'Antiblockiersystem' of antiblokkeersysteem in het Nederlands, is een essentiële actieve veiligheidsuitrusting op moderne voertuigen. De belangrijkste rol is het voorkomen dat de wielen blokkeren tijdens een harde remmanoeuvre of op een wegdek met weinig grip (regen, ijs, grind). Bij een noodstop kan een bestuurder instinctief het rempedaal volledig intrappen, waardoor de wielen blokkeren. Geblokkeerde wielen hebben geen stuurvermogen meer, waardoor het voertuig verandert in een oncontroleerbaar projectiel. ABS grijpt in door de remdruk heel snel en doelgericht op elk wiel te moduleren, meerdere keren per seconde. Dit systeem bestaat uit snelheidssensoren op elk wiel, een elektronische regleenheid (ECU) en een hydraulische eenheid. Wanneer de ECU detecteert dat een wiel op het punt staat te blokkeren, geeft hij opdracht aan de hydraulische eenheid om de remdruk los te laten en weer toe te passen. Dit proces, door de bestuurder ervaren als een kloppend rempedaal, zorgt ervoor dat de optimale grip tussen de band en het wegdek behouden blijft. Zo behoudt de bestuurder het vermogen om zijn voertuig te besturen om een obstakel te ontwijken, terwijl de remweg op de meeste oppervlakken wordt geoptimaliseerd. Sinds 2004 verplicht op alle nieuwe auto's in Europa, is ABS de hoeksteen van vele andere rijhulpsystemen zoals ESP en tractiecontrole.